Caïssa 1 promoveert naar promotieklasse !

Caïssa 1 promoveert naar promotieklasse !

Wie had dat aan het begin van het seizoen gedacht? Vorig jaar nog strijdend tegen de degradatie, dit jaar het gehele seizoen bovenaan staan en nog ongeslagen kampioen worden ook? Een ieder die dat voorspeld zou hebben zou voor gek zijn versleten. Wat is er dan veranderd dit seizoen? 

Allereerst de teamleider: Peter Holscher wist vorig jaar als non-playing captain van het tweede team  dat team naar het kampioenschap te leiden. Dan ligt het voor de hand dat hij dat kunststukje nu maar eens op een hoger niveau moest laten zien.  Daarnaast speelde een rol, dat er weinig gebruik gemaakt behoefde te worden van invallers: er werd steeds op dinsdag gespeeld, op een vrijdag-avond na. De schaakaandacht behoefde dus niet  nog aan een andere avond gegeven te worden, zodat alle energie beschikbaar was voor die ene avond. Dat zorgde kennelijk voor een betere vorm van enkele spelers. Overduidelijk voorbeeld daarvan is topscorer Peter Holscher : hij ging met zes uit zes de laatste ronde in. Een goede positieve sfeer  is en blijft ook altijd de basis voor een goed functioneren. Van problemen veroorzaken buiten het bord wordt niemand beter, dat realiseert gelukkig iedereen. Op het bord gaat die regel overigens niet op: juist het problemen veroorzaken kan daar nog wel eens een ander tot het maken van fouten verleiden: daar is het afstraffen van fouten van een ander, een moment om van te genieten… Raar spelletje toch…. Wat buiten het bord niet mag, blijkt op het bord nu juist tot een van de opperste vormen van genot te leiden ( niet het opperste… maar een van de…. ! ).

Het lijkt er op, dat die omstandigheden net even dat extra zetje was om de fouten die vorige jaren gewoon werden afgestraft niet meer te maken. Erik en ondergetekende begonnen met twee nullen…. Gelukkig was dat niet fataal… Niet bepaald een denderend begin, maar we besloten een invulling te geven aan ons strijdmotto: verliezen als het kan, en winnen als het moet. En zowaar: die extra concentratie leek vruchten af te werpen. Hoewel mijn resultaten in de externe niet echt bijzonder zijn, merk ik de laatste maanden wel, dat extra concentratie en aandacht ( " iedere zet blijven denken: ik wil, ik zal en ik moet…. ), op enige uitzonderingen na zowaar tot betere prestaties leidt.

Vanuit  de NHSB was het de bedoeling, dat een gezamenlijke slotavond van de eerste klassen juist tot een meer verbonden schaakgevoel leidt, terwijl het gelijktijdig spelen van wedstrijden waar het nog om gaat bovendien het sportief verloop van de laatste ronde moest bevorderen. Tijdens de gedelegeerdenvergadering was dat besluit unaniem aangenomen. Afhankelijk van het verloop en belangstelling voor het gastheerschap wordt overwogen dat ook in de tweede, derde en vierde klassen te gaan doen.  Toch waren er op de slotavond nog geluiden van schakers die dachten, dat nog op het allerlaatste moment de laatste  ronden afgeblazen zou worden: " wie schaakt er nu op dinsdag? We zijn hier met veel invallers! " moest het overtuigende argument zijn om die laatste ronde af te blazen. Dan kon toen natuurlijk niet meer.  Ons eerste moest drie punten aan de borden zien te halen. Ton Wessels wist al vrij snel remise te behalen, dus dat halve punt was binnen. Erik van Tooren  wist zijn paard  op d3 te posteren, en vervolgens kon zijn tegenstander weinig kanten meer met zijn stukken op. Erik joeg de witte dame  het bord over, en pikte zo en passant het nodige materiaal op. Een genot om naar te kijken. Dat was dus anderhalve punt. Bert had inmiddels op h6 een pion geofferd en dacht daardoor beter spel te krijgen. Dat bleek niet het geval te zijn.  Fred Avis kon zich uitleven in zijn Trompovsky : de tegenstander vast zetten, stukken groeperen, en dan aanvallen als de tegenstander niet veel meer kan doen. Hoewel Fritz in de analyse nog lang aangaf, dat de stelling vrijwel gelijk was, ervaarden beide partijen dat tijdens de partij geheel niet. De aanval resulteerde uiteindelijk na een torenoffer op g6 in een mat met de dame op f6. Dat waren er dus twee en een half.  Hoewel topscorer Peter Holscher zijn zevende overwinning uit zeven partijen kon boeken, koos hij voor het clubbelang : een remise was genoeg voor het kampioenschap, dus hij bood remise aan. Zijn sterke tegenstander Jacob de Boer accepteerde dat snel, dus het kampioenschap was binnen. Bert wist zijn partij alsnog naar remise te leiden. Rolf de Brouwer had het niet makkelijk tegen good-old Martin Duinmaijer. Rolf spartelde lang tegen, doch moest zijn koning uiteindelijk toch omleggen. Hoewel Wouter stijf van de zenuwen aan de partij begon, bleek dat toch geen hindernis te zijn om Albert Dekker uiteindelijk te verschalken : in een eindspel wist Wouter met secuur spel de ver op de d-lijn opgerukte pion van Dekker te verschalken, vervolgens nog een kwaliteit, zodat er weinig meer over was om Wouter nog in gevaar te brengen. Bas van den Berg streed ook nog lang door. Hoewel tegenstander Simon Greeve weinig tijd meer had om nog iets te bedenken, probeerde Bas in een gelijkstaande stelling zijn tegenstander toch nog te verleiden tot het begaan van onzorgvuldigheden, doch dat gelukte niet : een remise was het resultaat. Peter, " in the winning mood " wil volgend jaar het tweede weer begeleiden. Het wordt weer een aardig schaakjaar : gaat het tweede weer terug naar de eerste klasse ? Handhaaft het eerste zich ?

11-03-2008 Caïssa 1  –  Bergen 1 5 – 3
1 7385125  Peter Holscher  1983  –  7309445  Jacob de Boer  1912 ½-½
2 7863658  T. Wessels  1940  –  6243083  J. Keijsper  1972 ½-½
3 8199950  Erik van Tooren  1944  –  6230543  A. Knop  1786 1-0
4 7365743  Fred Avis  1890  –  7233006  Kees Kager  1762 1-0
5 7268547  Rolf de Brouwer  1880  –  6788067  Martin Duinmaijer  1807 0-1
6 8076101  Wouter Strating  1817  –  7304407  Albert Dekker  1778 1-0
7 7195738  A.L. Spil  1770  –  6006418  Harry Peters  1747 ½-½
8 7236306  S.J.P. v/d Berg  1807  –  6247747  Simon Greve  1787 ½-½
   1878    1818

 

Nipte overwinning op de valreep

 

-1In de eerste en meest verre uitwedstrijd van dit prille seizoen moesten we spelen tegen het 3e team van HWP in Haarlem. De speelzaal bevindt zich al jaren in een statige, grandeur uitstralende Sociëteit ‘Vereniging’. Om hier te schaken is voor mij immer een feest. Elk bord is nl. op een apart tafeltje geplaatst,geflankeerd door 4 stoelen en dat betekent een zee aan ruimte. Gelukkig konden we compleet aantreden, zodat er gerede hoop was om ook deze wedstrijd te kunnen winnen.

Hoe sterk onze tegenstanders werkelijk waren, was moeilijk in te schatten, maar onze gemiddelde teamrating lag ongeveer 120 punten hoger, dus dat was perspectiefrijk. Maar ook nu weer bleek dat verschil achter de borden in het geheel niet. Sterker nog, enkelen van ons hebben lang langs de afgrond gelopen.

Rond 22.00u moest ik enkelen van ons advies geven om aangeboden remises aan te nemen of te weigeren. Riskant blijft het altijd of ik als playing teamcaptain of als speler dit waarde-oordeel juist kan inschatten, maar ik vertrouw dan maar op mijn jarenlange ervaring. Door de onduidelijke standen aan de overige borden verzocht ik Ton Wessels en Rolf nog door te spelen.

Ton van Dijk ditmaal met zwart aan bord 8 gezeten was de opening goed doorgekomen en leek in het middenspel met zijn actieve toren beslissend voordeel te krijgen. De tijdnoodfase zorgde echter voor wat mindere zetten, zodat het remiseaanbod node moest worden aangenomen.

Erik van Tooren aan bord 3 met wit maakt een wat mindere periode mee. Zijn glorieuze vorige seizoen (o.a. Corus en Open Hoorn) beloofde veel, maar ook hij moet nu ervaren dat vorm in het schaak niet is af te dwingen. De veelal zeer gedegen positionele openingsopbouw maakte totaal geen indruk op zijn opponent. Deze counterde zeer geconcentreerd op de damevleugel naar een winnende stand, toen Erik zijn veroverde stuk al snel moest inleveren door zeer vervelende penningen.

Wouter Strating kreeg al snel met zwart een zeer prettige stelling toen hij het passieve spel van zijn tegenstander agressief bestreed. De witte koning kwam onder vuur te liggen, maar de verdediging gaf geen krimp. Een onduidelijke loperzet naar e2 leek de bekroning te worden van een gedurfde aanvalspartij, maar een niet gezien tussenzetje van een wit paard gooide roet in het eten. De aanval stokte en Wouter moest na de tijdcontrole berusten in het onvermijdelijke, toen er een pion op de damevleugel beslissend doorbrak. Teleurgesteld droop hij af na zoveel pech en onrecht en met een tussenstand van 2,5-0,5 zag het er niet best uit.

Niet veel later kon Arnold v/d Wolff het punt onverwachts laten bijschrijven. Op het moment dat hij bijna de handdoek zou werpen, maakte zijn tegenstander een paar enorme bokken en moest opgeven. Dat toverde niet veel later een gulle lach op Arnold’s gezicht.

Nadat Rolf halverwege de avond het remiseaanbod had afgeslagen was zijn opponent totaal de weg kwijt. Een doorbraak in het centrum deed de zwarte koning in het centrum belanden, waar deze van alle kanten werd belaagd. Met groot machtsvertoon voerde hij zijn partij naar de winst.

Aan bord 2 moest ik met zwart een mij onbekende Irakees bestrijden. Volgens de teamcaptain van HWP deze een nog onbeschreven blad, dus ik was gewaarschuwd. Nogal snel spelend kwam er een ongewone Hollandse opening op het bord met een vreemde ruil op f6 van loper tegen paard. Uit de vroege opstoot h4 bleek de man snode plannen te hebben, maar overal de tijd voor nemend kon ik alle mogelijke dreigingen neutraliseren. Het middenspel van 2 lopers+2 torens aan mijn kant tegen 2 paarden + 2 torens aan de andere kant bleek beter te staan. Echter na 1 slechte zet in tijdnood moest ik een pion offeren. Fanatiek verdedigde hij deze voorsprong ten koste van de stand en plots kon ik door een centrumbreak een gedekte vrijpion op d3 krijgen. Hier had deze cowboy achter het bord op kunnen geven. De resterende 5 minuten die me nog restte waren voldoende om deze scalp te veroveren.

Even later kon Ton Wessels het beslissende punt incasseren toen tegenstander Koos Stolk (KNSB competitieleider) door een blackout materiaalverlies niet meer kon voorkomen. Grappig was dat ook in deze partij het Hollands van stal was gehaald, een opening waar volgens zeggen hij meer succes mee heeft gehad.

Rest nog Fred Avis die met zwart aan bord 4 een Spanjaard op het bord bracht. In deze partij werd het laveren tot kunst verheven en had je de indruk dat beide spelers beurtelings beter leken te staan. Echter in het verre eindspel was aan materiaalverlies niet meer te ontkomen en moest hij jammer genoeg de 0 incasseren.

Rond middernacht reden we blij richting Hoorn met deze wederom gelukkig tot stand gekomen kleinst mogelijke overwinning. De paar clubleden die nog in de Huesmolen verbleven, waren in opperbeste stemming door de verrassende 4-4 van Caïssa 2 tegen Castricum 1.

Volgende wedstrijd: Dinsdag 6 november thuis tegen MSC 1